Maandelijkse update
van belevenissen in Afrika, nummer 9
De eerste ervaringen veroorzaakten een culture shock.
Nooit geweten dat zo'n armoede bestond. Natuurlijk hadden we Afrikaanse ellende veel op TV gezien maar er zo midden in zitten is nog aangrijpender.
De huisdieren van blanken krijgen meer en beter te eten dan de lokale zwarte bevolking.
Als een Zambiaan zich wat eten kan permitteren dan is dat nshima (een dikke maismeelpap) met een beetje relish (gestoofde groente). Als er een enkele keer wat geld over is wordt deze kost een waar feestmaal door de toevoeging van kapenta (dooie guppen). Dit visje lijkt op een sardine en blanken serveren het soms geroosterd als borrelhapje.
De nshima wordt met de hand tot een balletje geknepen en dan in de mond geschoven. Wij hebben het ook geproefd.
Voor een keertje gaat het wel, maar iedere dag .....
Onze nachtwacht, die in dienst is bij dezelfde beveiligingsclub waarvoor ook Pim werkte, heeft laten weten dat hij bij ons in dienst wil komen.
Hij heeft zijn eigen hokje bij de poort dat hij zijn "kantoor" noemt. Gisteren had hij een foto van zijn vier kinderen bij zich, zittend voor zijn krot in de compound (sloppenwijk). Het valt niet mee om van 80 Eurocent per dag rond te komen, dus tasten wij voor hem ook maar in onze beurs. Van 18.00 tot 06.00 uur moet hij paraat zijn. We geven hem wat te lezen om de nacht door te komen en hij krijgt van ons te eten. De meeste blanken geven hun wacht een handje Kwatcha's voor hun maismaaltje. Ze kokkerellen zelf op een paraffinebrandertje.
Wij hebben onze knul, George, nu al verpest. Hij eet mee uit onze pot.
Helen moet altijd iets meer bereiden zodat George er ook een bord van kan krijgen.
Met de spaghetti had hij laatst wat moeite.
Ik grijp deze gelegenheid aan om voor te stellen dat hij geld kan krijgen waarmee hij zelf voor zijn kostje kan zorgen.
Het komt niet altijd uit om hem eten te geven want wij eten veel buiten de deur en dan zou Helen alleen voor hem moeten koken.
Mijn voorstel valt helemaal verkeerd. Dat kon absoluut niet. Het eten van madam is hem veel te lief. Niks maisprak.
Wij zitten er dus lelijk aan vast.
George blijft zeuren om een vaste betrekking bij ons.
Het leven is hard en wij voelen er niet voor om hem aan te nemen.
George heeft erg veel praatjes en wij vertrouwen hem niet.
Wij houden zijn verzoek dus af.

Voordat George 's avonds aan zijn dienst begint, wordt alles gecontroleerd wat er zoal in de tuin staat. Een chef komt mee en samen doen ze de ronde: 6 tuinstoelen, 1 tuinslang, 1 tafel en 3 katten.
Twee van de katten zijn een erfenis van Roos en Henri. Die wilden bij het huis blijven.
Toen we het tellen van de poezen de eerste keer vernamen, hebben we geprobeerd de waanzin daarvan uit te leggen.
Het schijnt ons een onmogelijke opdracht voor de wacht om die katten te vangen als ze op stap willen.
Daar kunnen e hem toch niet verantwoordelijk voor stellen.
Chef en George zijn het roerend met ons eens, maar toch krijgen we op de formulieren elke avond weer:
6 tuinstoelen, 1 tuinslang, 1 tafel en 3 katten.
Deze week hebben we de schilders over de vloer.
Het huis heeft een grote beurt nodig. Het wachthok bij de poort en het bediendenhuis ook.
Alles krijgt een nieuwe laag wit.

Dat bediendenhuis, of wel servants quarter is een krot waar wij nog geen varken in zouden huisvesten,
dacht ik toen ik het voor het eerst zag. Maar je past je snel aan.
Voordat Pim bij ons in dienst kwam, woonde hij in iets dat nog veel erger was: een hok zonder raam;
geen water; geen elektriciteit; geen toilet. Dat kostte hem 60% van zijn luttele inkomen.
Nu woont hij gratis in een stenen villa met stromend water, elektriciteit, toilet en ramen in de twee kamers.
Luxury !