Maandelijkse update van belevenissen
in Afrika, nummer 10
Op de universiteit is het hard werken.
Het niveau is hoger dan ik had verwacht.
Ik was gecontracteerd voor het geven van onderwijs in het schone vak Systems and Control Engineering.
(Meet- en Regeltechniek) voor de vijfdejaars studenten van Elektrotechniek.
Ruimschoots voor mijn vertrek uit Nederland had ik alles voorbereid.
Mijn kennis van deze materie was weer op peil gebracht en ik had een dik pak overhead sheets geproduceerd.
Klaar voor de strijd dus.
Als verrassing kwam mijn Nederlandse baas Ton, de verantwoordelijke projectcoordinator
bij de Universiteit Twente,
met het verzoek of ik ook nog het vak Elektromagnetische Velden voor de vierdejaars wilde verzorgen.
De docent die dat vak gaf in Zambia, ging terug naar zijn thuisland Zweden en er zou dan een gat vallen.
Van E-M-velden herinnerde ik mij dat ik dat destijds als student aan de
Technische Universiteit Delft erg moeilijk vond.
Bovendien had ik er in al die jaren niets aan gedaan in mijn industriele loopbaan.
Ik had dus zo mijn bedenkingen.

Maar Ton, die ook enkele jaren in Zambia gedoceerd had, verzekerde mij dat het niveau niet zo hoog was
als dat in Nederland:
"Het gaat nauwelijks verder dan het strooien van wat ijzervijlsel op een stuk papier
waar een permanente magneet onder zit,
zodat je mooi de veldlijnen kunt zien!?!"
De nood was hoog, dus ik aanvaardde het verzoek.
Het resultaat was dat ik nu verantwoordelijk was voor twee totaal verschillende vakken.
Toen ik de eerste keer voor de klas stond om de lessen in E-M-velden op te pikken waar de Zweedse collega geeindigd was,
ben ik me naar geschrokken.
Niks ijzervijlsel!
De wetten van Stokes en Maxwell en uiterst gecompliceerde vectoranalyse, toegepast op o.a. de de theorie van Poynting.
Daar stond ik mooi voor het blok!
Direct een indringende HELP kreet naar de thuisbasis in Nederland gestuurd:
"Ze zijn hier het gefrobel met ijzervijlsel ontgroeid!"
Per omgaande kwam het ontwapenende antwoord: "Prettig te vernemen dat ze zo goed vooruit zijn gegaan!"
Het is uiteindelijk allemaal prima voor elkaar gekomen.

De studenten hielden mij voor de docent die het allemaal al jaren wist.
Ik moest er gewoon het eerste jaar voor zorgen dat ik een dag op ze voor liep.
Binnen de kortste keren had ik zelfs vier vakken.
De studenten zijn bijzonder leergierig.
Het is heel prettig met ze te verkeren en samen proberen we hoge resultaten te behalen.

Voor hun toekomst is het erg belangrijk dat ze slagen. Maar er is ook het alledaagse heden.
Ze zijn straatarm.
De jongelui hebben honger en sommigen zien er slecht uit.
Desondanks zijn ze zeer gemotiveerd en enthousiast.
Bij veel hebben de ouders zich veel opofferingen moeten getroosten om de lesgelden bijeen te brengen.
Enkelen van hen zullen een baan krijgen bij de overheid of de schaarse industrie,
maar velen kiezen voor een baan in het buitenland.
Een van mijn betere afstudeerders is in dienst getreden van Philips Eindhoven.
Daar schiet Zambia niets mee op.
Triest.
Triest is het ook gesteld met de universiteit.
Ooit waren de gebouwen mooi en goed onderhouden.
Nu maakt het geheel een vervallen indruk. De campus zelf met zijn boeiende flora is prachtig,
maar alles wat maar even onderhoud nodig heeft, glijdt continu verder af.
De klaslokalen zien er haveloos uit; het "meubilair" behoort op de vuilnisbelt en de toiletten zijn onbruikbaar.
Ondanks die miserabele omgeving voel ik me er bijzonder gelukkig.
De collega's zijn zeer prettige mensen; zwart, wit of getint, het maakt niet uit.
De Universiteit van Zambia (UNZA) heeft veel faculteiten.
De opzet is groots. Je kunt er o.a. rechten, literatuur, geneeskunde, mijnbouw, chemie, economie,
wis- en natuurkunde, geografie, biologie, mechanica, civiele techniek en elektrotechniek studeren.
Misschien is dat wel iets te veel.
Mijn faculteit heet School of Engineering.
Er zijn vijf Departments binnen de School: Electrical Engineering, Mechanical Engineering, Surveying,
Civil Engineering en Agriculture. Voor elk wat wils, maar voor dit land een te zware financiele last.
De hele zaak draait op de steun van donorlanden waar Nederland er een van is.
Vanuit Nederland heb ik een nietmachine, perforator, ordners, krijtjes en een borstel meegenomen.
Ook heb ik gezorgd voor een kopieerapparaat, maar daar ben je er niet mee
want zo'n ding heeft bijvoorbeeld inkt, papier en onderhoud nodig.

Vandaag heb ik mijn eerste examen afgenomen.
Naast de opgaven moest ik ook zorgen voor papier waarop de uitwerkingen geschreven konden worden.
Ze hebben immers niks. De papieren met hun geestesvruchten kreeg ik aan elkaar geniet terug.
Ze hadden mijn nietjes uit de opgaven met de hand overgezet!
In Nederland wordt geprobeerd de mensen wat meer vertrouwd te laten worden met "recycling" aspecten.
In Zambia wordt alles meermalen en inventief toegepast:
Plastic vuilniszakken kun je gebruiken als windvang
voor je huis of winkel; dopjes van frisdrankflessen kun je gebruiken als damstenen of sluitringen;
van oude banden maak je schommelzitjes; blikjes en ijzerdraad worden omgetoverd tot bijvoorbeeld speelgoed autootjes
of vliegtuigen en lappen textiel worden voetballen.