Maandelijkse update
van belevenissen in Afrika, nummer 8
De container met onze huisraad plus Land Rover is gearriveerd.
Al onze spullen zijn door het Nederlandse transportbedrijf vakkundig verpakt. Onze dagwacht, die eigenlijk alleen maar ingehuurd is als waakhond en uitkijkpost bij de poort, heeft op eigen initiatief meegeholpen bij het uitpakken en naar binnen brengen van al die huisraad.

De man is broodmager maar verbazend sterk.
Dozen die ik niet kan tillen, draagt hij moeiteloos het huis in.
Zijn hulpvaardigheid, prettige houding en eerlijke oogopslag hebben mij doen besluiten om hem een vaste baan aan te bieden als huisbediende.
De beveiligingsdienst ,waar hij nu voor werkt, betaalt hem voor een 12-urige werkdag 1000 Kwacha.
Dat is ongeveer 80 Eurocent. Hij moet zeven dagen per week werken, krijgt geen vakantie en wordt bij ziekte niet doorbetaald.
Wat een schril contrast met de regels en voorzieningen zoals wij die gewend zijn.
De man hoefde zich geen seconde te bedenken en ging gretig op ons voorstel in. Hij zit nu op een veelvoud van zijn slavenloon en heeft zaterdagmiddag en zondag vrij. Bovendien geniet hij bij ons gratis huisvesting in het bediendenhuis op ons stuk land.
Zijn naam is Pimbili Munamuchinga dus wij noemen hem Pim. Hij is 27 jaar, getrouwd en heeft een kind, hetgeen voor Zambiaanse normen erg weinig is. De meeste mannen van zijn leeftijd hebben een stuk of vier kinderen, maar daar gaat hij nu aan werken, zo zal al snel blijken.

We beginnen ons een beetje senang te voelen nu we een eigen plekje en vervoer hebben.
Deze week ben ik druk geweest om de Land Rover langs Customs te krijgen.
Dat kost veel geduld en is nogal gecompliceerd.
Om hem uit de Douane vrij te krijgen, moet je eerst een werkvergunning hebben van Immigration.
Na een paar uren in hun gebouw rondgedoold te hebben en telkens te zijn doorverwezen (zelfs naar niet bestaande kantoorkamers), ben ik onverrichterzake teruggekeerd. Er was voor mij geen werkvergunning want de universiteit had nog niet betaald. De UNZA (universiteit van Zambia) moet zien rond te komen met een veel te krap budget.
Na veel aandringen, krijg ik van de UNZA een cheque mee. Weer een keer naar Immigration voor Jan Doedel want wat ik al vreesde: De cheque was ongedekt.
Uiteindelijk krijg ik, met behulp van een Douane ambtenaar de auto bijna vrij.
Eerst moet ik naar de afdeling Traffic om de wagen te laten inspecteren op motor- en chassisnummer.
En dat duurt lang, laaaaaang !
Met de formulieren die uiteindelijk in mijn bezit komen weer naar Douane voor een " Bill of entry ".
Volgende dag met de papierwinkel naar Interpol. Daar bleek, oen ik eindelijk aan de beurt was, dat er een papiertje ontbrak. Weer een halve dag weg. Later terug komen en vooral blijven lachen en " dank u wel " zeggen, anders duurt het nog langer. Interpol moet een verklaring afgeven dat de wagen niet ergens ter wereld als gestolen te boek staat.
Als die verklaring eidelijk afkomt moet ik er mee naar Civic Centre voor mijn Red Book (kentekenbewijs) en Zambiaanse nummerplaten. Ondertussen rijden we wel in de wagen. Ik ben pas een keer aangehouden en dat liep goed af omdat ik geleerd had altijd kalm en vriendelijk te blijven: " Goodmurnink officer, how are you today?"
De Land Rover is een grandioos bezit hier en hij draagt er toe bij dat wij ons wat meer thuis gaan voelen.