Maandelijkse update
van belevenissen in Afrika, nummer 7
Vandaag hebben we inkopen gedaan.
Roos heeft ons de stad en enkele buitenwijken laten zien.
De algemene indruk is positief. De straten zijn breed opgezet met veel schaduwgevende bomen.
Een ervan, de prachtige Jacaranda, is net begonnen aan zijn bloeiperiode. Paars-blauwe bloemen
completeren de strakblauwe lucht.
Wij hebben ook zo'n pronkstuk in de voortuin.
In de schaduw van de bomen staan of zitten Zambianen hun waar te verkopen.
De winkeltjes zijn opgetrokken uit oude, gammel in elkaar getimmerde lattenconstructies waartegen
karton en/of plastic zakken zijn bevestigd.
Maar ook een paar bakstenen met een plank erover verdient de naam winkel. De koopwaar bestaat hoofdzakelijk uit groenten, fruit en de basisbenodigdheden zoals toiletpapier, zeep, olie en suiker. Er wordt ook wel snoep verkocht.
Ik zie een kleine jongen uit een grote zak een snoepje kopen. Het moet een heel bezit voor hem zijn.
Zelfs collega Harrie, die twee huizen verder woont, maakt dankbaar gebruik van deze winkeltjes:
Hij wil van het roken af en koopt geen pakjes sigaretten meer. Als het afzien hem te moeilijk wordt, stuurt hij zijn bediende naar het dichtstbijzijnde lattenwinkeltje voor een enkele sigaret.
De fraaie villawijken zijn helaas ontsierd door de hoge muren.
Veel mensen hebben het lelijke aanzicht van hun muur proberen te verzachten door het planten van kleurrijke struiken zoals de Bourgainvillea die zich prachtig over de muren slingert.
In de tijd van het Engelse bestuur stond de stad bekend als "The Garden City", maar het toenemende geweld
zorgde voor de barricadering.
Roos is een zeer bedreven chauffeur.
De Zambiaan trekt zich niet veel aan van verkeersregels, als die er al zijn.
Er wordt te snel, te langzaam en te impulsief gereden. Er wordt links en rechts ingehaald.
Richting aangeven is niet gebruikelijk. De installatie is meestal kapot of de lampjes zijn gestolen.
Daarnaast moet rekening gehouden worden met diepe kuilen (potholes) die de wegen veranderen in een soort slalomparcours.
De politie hield laatst een bestuurder aan die al rijdend een fles whisky aan het drinken was.
Hij kon kiezen:
De fles weg en rijden, of stil blijven staan totdat de fles leeg was en dan pas weer rijden.
Drinken en rijden was tenslotte verboden.
Er gaat hier de grap: Hoe zie je dat een chauffeur dronken is?
Een nuchtere kronkelt om de potholes heen; een dronken rijder rijdt rechtdoor.
Overigens stopte laatst een Zambiaan omdat hij in een door de regen volgelopen pothole een konijntje meende te zien.
Toen hij het beestje eruit haalde, bleek het een giraffe te zijn.

Roos vindt het allemaal prima.
Haar strategie is veilig en zo snel mogelijk van A naar B.
Vanuit de verte ziet de stad er veelbelovend uit.
Interessante skyline.
Van dichtbij wordt het achterstallig onderhoud van de eens zo mooie gebouwen pijnlijk duidelijk.
De hoofdstraat Cairo Road komt aan de noordkant uit op een rotonde met een fontein in het midden.
Die verkoelende spuiter doet het niet meer want er is iets kapot gegaan en dat blijft dan meestal zo.
Cairo Road bestaat uit kantoren en grote winkels. Engelse bouwstijl jaren 1950.
Het ziet er zwart van de zwarte mensen en de enkele blanke die zich hier op straat waagt, valt erg op.
De volgende belangrijke straat in het centrujm heet Cha Cha Cha Road.
De naam klinkt vrolijk maar de werkelijkheid is triest. De straat staat bekend om de vele tasjesrovers.
Je kan niet je auto parkeren om even een winkel in te duiken. Er moet altijd minstens een persoon in de wagen blijven zitten en die kan het heel moeilijk krijgen. Toen ik langs het trottoir stond te wachten terwijl onze bediende een boodschap deed, werd er een vuurtje onder de wagen gestookt en een muurtje van grote stenen voor en achter de banden aangelegd. Ze waren ook al bezig mijn reservewiel dat achter op de auto gemonteerd was, los te krijgen.
De situatie verlangde een snelle reactie: Onder het motto "Een auto van de zaak en een oude Land Rover kunnen alles", vol gas achteruit over de juist aangelegde barricades. Of daarbij enkele schavuiten platgewalst zouden worden,
was geen punt van overweging.
Veel grote winkels in het centrum zijn het eigendom van Grieken en Indiers.
Deze twee bevolkingsgroepen zijn de handelaars van Zambia.
Er is een straat in Lusaka waar je alleen maar winkels van Indiers vindt. Daar moet je zijn voor een lap stof.
Voor elk van die winkels zit een Zambiaan gebogen over een trapnaaimachine. Hij is in dienst van de Indier en maakt lange dagen voor een hongerloontje. Bij hem kan je terecht voor een simpel jurkje tot een maatkostuum.
Na het bezichtigen van de stad rijdt Roos ons naar een supermarket in een van de buitenwijken waar wij onze ogen uitkijken naar het ruime assortiment artikelen. Er is van alles te koop; van Indonesische kruiden tot een potje appelmoes
Wij willen een krat van het lokale Mosi bier kopen, maar hier hebben we al meteen een groot probleem:
Je kunt alleen maar bier en frisdranken krijgen tegen inlevering van hetzelfde aantal lege flesjes.
En je hebt pas lege flesjes als je eerst volle had ...! Een soort vicieuze cirkel.
Wij dus uitgelegd aan het meisje van de kassa dat we net uit Holland kwamen en vergeten waren een kratje met
lege flesjes Mosi mee te nemen. Hoe dit paradoxale probleem op te lossen?
De chef, een Griek er bij gehaald en uiteindelijk mogen we een krat lege flessen kopen om die te ruilen voor een
volle krat. Naast het lokale bier hebben ze hier ook goede dranken uit Zuid Afrika en zelfs Amstel en Heineken.
Flesjes Coca Cola en Fanta zijn los te koop en als je geen leeg flesje hebt dan drink je het ter plaatse en geeft
het lege flesje terug.
Al onze boodschappen worden door winkelpersoneel ingepakt en naar de auto gebracht.
Het veroorzaakt bij ons een groot gevoel van schaamte als we met zo'n overladen winkelwagentje naar buiten komen waar bosjes hongerige Zambianen samenscholen. Het liefst zouden we iedereen wat geven, maar beseffen dat dat niet mogelijk is en dat zo'n actie waarschijnlijk op een vechtpartij zou uitlopen.
We beperken ons dus maar tot het geven van een fooi aan de knul die onze spullen in de auto zet.
"Jullie geven te veel", waarschuwt Roos. Misschien heeft ze gelijk maar op dit moment lijkt ons het bedrag van 20 eurocent niet overdreven royaal.