Maandelijkse
update van belevenissen in Afrika, nummer 4
|
Universiteit Zambia (UNZA), School of Engineering Het gebouw van de faculteit School of Engineering, waar ik de komende drie jaren ga doceren, is net zoals alle andere, grauw en vervallen. Het zootje meubilair dat mijn kantoortje rijk is, is niet te beschrijven. Een korte benadering zou kunnen luiden: Een bureaustoel rijp voor de vuilnisbelt; iets dat op een tafel lijkt verstopt onder een dikke laag stof. De deur van dit smerige hok is voorzien van een zware bewapening en sloten. Als ik mijn kamer uit ga, moet ik hem grondig afsluiten. Ik weet niet waarom want de troep is aan beide kanten hetzelfde. Er is ook een telefoon op mijn locatie waarmee ik alleen binnen de universiteit kan bellen. Het zou zo prettig zijn geweest als ik een taxi had kunnen laten komen want we zitten nog steeds zonder eigen vervoer. Voor een taxi moet je naar de doorgaande weg lopen en hopen dat er die dag eentje langs komt. Onze Land Rover, die we vlak voor ons vertrek gekocht hadden in Engeland, i.v.m. het stuur aan de rechterkant, zit in de container die nog onderweg is. 's morgens word ik opgehaald door een zwarte collega. Hij heeft een "bakkie" en aangezien de zitplaatsen allemaal al bezet zijn, mag ik plaats nemen in de open achterbak. Vervoer a la Afrika! Professor Beekman gaat naar zijn werk: In de laadbak van een sloop vrachtwagen tussen de vuilnis. Humor genoeg. Gelukkig worden wij fantastisch opgevangen door Roos en Henri. Zij zijn ons enige kontakt met de wereld buiten Zambia, want ze hebben een werkende telefoon en fax.
Het leven in het Gasthuis bevalt ons allerminst. We zijn hard toe aan een eigen huis. Ik ben begonnen met het zoeken naar de verantwoordelijke functionaris voor de huisvesting binnen de universiteit. Die blijkt onvindbaar en op het secretariaat kan niemand mijn vragen beantwoorden. De medewerking die ik krijg, is nihil. Men begrijpt niet waar ik me druk over maak. In hun ogen is ons onderkomen in Gasthuis " The Castle " zeer luxueus. Zij leven zelf in veel primitievere omstandigheden en zijn straatarm. Het gebeurt nogal eens dat er geen salaris wordt uitgekeerd. Onze enige hoop is gericht op Henri en Roos. Wij hopen, mede in ons eigen belang, dat zij snel een nieuw geschikt huis vinden. Het universiteitshuis waarin zij nu wonen, heeft adres F9. Het is het negende huis in het F-straatje op de campus.
En F9 zal ons onderkomen worden voor de komende jaren. We gaan dat t.z.t. onderhands regelen. Die huisvesting functionaris van de universiteit is toch nergens te bekennen. Ons plan staat vast. |