Maandelijkse
update van belevenissen in Afrika, nummer 2
Wij verlaten, na een lange vlucht, het vliegveld van Lusaka en stappen een heel nieuwe wereld in.
Tussen de koffers en de kattenmand staan we wat verloren rond te kijken naar ons nieuwe “thuisland”.
Skol heeft de vliegreis goed doorstaan.
Het was een vreemde gewaarwording om tussen de koffers op de lopende band een kattenmand
rond te zien dolen. Skol had ons eerder in de gaten dan wij haar:
Ze miauwde toen ze langs kwam. “Hier ben ik!”
We werden verwelkomd door een harde droge wind.
Het stuifzand sloot zich als een deken om ons heen.
De talloze kleurrijke Bourgainvilleastruiken, rond de parkeerplaats ven het vliegveld,
zijn, ondanks de stoflaag, een lust voor het oog.

En eveneens een lust voor het oog is het plotseling opduikende gezicht van collega
Henri die ons af kwam halen. We hebben Henri en zijn vrouw Roos nog maar kort geleden in Nederland ontmoet.
Aardige mensen die, toen we nog in Nederland zaten, geprobeerd hebben ons een beeld te geven van het leven
in Zambia als expat. Dat is echter onmogelijk. Je moet er voldoende tijd gezeten hebben om er iets van te begrijpen.
Als u, geinteresseerde lezer, denkt aan het eind van deze vertellingen een beetje te snappen hoe alles hier in elkaar steekt, dan moet ik u teleurstellen. Als dat uw doel is, kunt u beter nu stoppen met deze met deze verhalen.
Enfin.
Henri heeft ook al nieuws voor ons: Het huis dat voor ons gereserveerd was
en dat wij vanuit Nederland voorzien hadden van basis meubilair, was door de afdeling
Huisvesting van de universiteit inmiddels aan een andere Nederlander en zijn gezin toegewezen.
Voorlopig krijgen wij onderdak in een gasthuis, The Castle genaamd.

De asfaltweg van het vliegveld naar de stad is goed.
Van potholes (diepe gaten) is hier nog niets te merken.
Na een tijdje gereden te hebben langs kale droge velden, komen we in de buitenwijken
van Lusaka. Hier is het een levendig zooitje. Overal lopen zwarte mensen.
Het krioelt van de Zambianen. Veel vrouwen hebben een of meer kinderen rond
zich en nog een baby op de rug. Op hun hoofden balanceren zij de meest uiteenlopende
lasten: Manden met groenten en fruit, jerrycans, bossen hout en tassen.
Een jong vrouwtje zie ik heupwiegend huppelen met een fles op haar hoofd.
Ze is druk in gesprek met een vriendin en gebruikt haar handen om gebaren te maken.

Ik kijk mijn ogen uit.
Natuurlijk heb ik dit allemaal al gezien op TV, maar nu in het echt is het anders.
Boeiend om naar te kijken.
|
Henri stopt voor een poort die deel uitmaakt van een soort vestingmuur. Op de muur zijn kapotte flessen en rollen prikkeldraad aangebracht. Waarschijnlijk staat er hoogspanning op de draad. Ik ben niet nieuwsgierig en blijf er af. Wij en de wagen staan te ronken voor die dichte poort. De claxon wordt lang gebruikt en dan wordt op de achterzijde van de poort een luikje verschoven. “Goed volk”, moet de zwarte bediende gedacht hebben, want we mogen er in. Later ondervinden wij dat je bijna overal toegelaten wordt als je een mesungu (blanke) bent. Als je zwart bent, is het leven minder gemakkelijk, ook hier.
Ons tijdelijk optrekje in dit Gasthuis is niet mis: Een enorm grote kamer met aparte zithoek, een balkon, een ruime badkamer en een slaapkamer. Het had erger gekund. Het vriendelijke kamermeisje, dat gelukkig goed Engels spreekt, vraagt of alles naar wens is en of wij een televisietoestel willen. Dat wilden wij wel en even later staat er een grote kijkbuis in een hoek van de enorm grote kamer. Als we dat ding aanzetten, verschijnen er alleen strepen vergezeld van knetterende ruis et cetera. We halen het kamermeisje er bij. Ze kijkt ons niet begrijpend aan. Ze weet dat er geen beeld is en dat daaraan niets veranderd kan worden. Ja, de andere gasten hebben ook geklaagd over de televisie...... Dit is onze eerste kennismaking met de Zambiaanse denkwijze. Waarom een toestel aanbieden als je weet dat die het niet doet? Voor ons is zoiets onbegrijpelijk maar gedurende de volgende 3 jaren krijgen wij nog veel te maken met identieke misverstanden.
Skol moet er wel even aan wennen. Ze is net zo bang voor het zwarte meisje als het meisje voor haar en heeft zich angstig verstopt onder een bed. We hebben eerst een provisorische kattenbak voor haar geregeld want onderhand zal de nood wel hoog zijn. Maar voorlopig wint de angst het van de druk op de kattenblaas en komt ze niet tevoorschijn. |