Maandelijkse update van belevenissen in Afrika, nummer
17
Alles is hier groter
dan in Holland.
De honger, de slakken, de T-bone steaks en ook de bliksemklappen. Bij onweer staat het huis te schudden.
De katten zijn radeloos en wij red(d)eloos. Stekkers moet je op tijd uit de muurdozen trekken.
Wij zijn gisteren vergeten de telefoon af te koppelen en die is nu dus naar de bliksem.
Een ander fenomeen dat z’n angstverwekkende kop heeft opgestoken bij het aanbreken van de regentijd,
is de verschijning van enorm grote spinnen in huis.
We zijn inmiddels gewend aan die vele uiterst platte krengen; je weet wel, zo dun als een scheermesje.
Die schieten meteen achter plinten en schilderijen.
Het nieuwe tuig dat ons huis dit seizoen gaat gebruiken, ziet er minder prettig uit:
Rechtopstaande tentakels, zo groot als een tennisbal en ook zo snel als een tennisbal als die wordt
opgeslagen door Boris Becker. Ze scheuren door het huis, achtervolgd door ons met schoen, koekenpan of hark.
Laatst hadden we er eentje te grazen! De etter spoot alle kanten op. Deze is nu bij zijn arachnide voorouders.
Verder hebben we het goed.
Op de universiteit is het leuk werken, ondanks het feit dat bijna alle fatsoenlijke infrastructuur ontbreekt.
Er zijn bijvoorbeeld geen bruikbare toiletten.
Er is zelfs een gebrek aan pennen en potloden. Het is maar goed dat ik die uit Twente heb meegenomen.
Soms denk ik wel eens aan de luxueuze kantoren thuis. Ik zat er in Nederland ook erg netjes bij.
De betrekkelijkheid van al die mooie dingen ga je vrij snel inzien.
In Nederland ging ik de laatste tijd niet met plezier naar mijn werk en dat doe ik hier wel.
Eigenlijk is het vreemd dat je een tevreden gevoel kan hebben terwijl je leeft tussen zoveel armoede.
Zelf heb ik de hoop dat ik mijn steentje bijdraag aan de welvaart van het land door de meest begaafde jongeren op te leiden.
De gemiddelde Afrikaan lijdt een leven met een grote mate van ellende.
Het lijkt echter dat ze deze misere gelaten ondergaan.
Ondanks het harde ruwe leven komt de Zambiaan op ons over als een vriendelijk , zachtaardig en voorkomend mens.
Ze zijn uitgerust met een verfrissend gevoel voor humor.
Laatst toen mijn vijfdejaars een examen erbarmelijk slecht hadden gedaan, heb ik ze voor de keuze gesteld:
“Of Bwana Beekman is een incompetente professor, of een flink aantal van jullie is meer dan normaal stom.
Ze vonden dat een prachtig academisch onderwerp en lagen buiten adem van het lachen om hun eigen stommiteiten.
In een sfeer van grote hilariteit zijn we overeen gekomen dat een combinatie van beide mogelijkheden ook zou kunnen.
Ze staan open voor opbouwende opmerkingen en hebben een grote dosis zelfkritiek.
Als oorzaak van slechte studieresultaten werd door het universiteitsbestuur gesteld dat de studenten te veel tijd besteden
aan het verwerven van hun dagelijkse hap.