Maandelijkse update van belevenissen in Afrika, nummer 13


Het leven wordt iedere dag meer relaxed.

We genieten elke dag van de zon.

Ontbijten doen we buiten bij het zwembad.

De tuin is vol druiven, mango-, guave- en papajabomen, alsmede struiken met bramen en passiefruit.

Een waar paradijs.

Inmiddels leren we ook om te gaan met kleine ongemakken.

Het water wordt elke avond om ongeveer acht uur afgesloten.

's Morgens om zes uur wordt de kraan weer opengedraaid.

 

Ook gebeurt het dat er de hele dag geen water beschikbaar is.

Dan hebben wij nog de mogelijkheid in het zwembad te springen.

Een zwembad is hier een heel prettig bezit.

Wij zijn een van de weinige Dutch expats die er een hebben.

 

Dit water-probleem pakken we aan door, zo gauw er leidingwater beschikbaar is, flessen, teilen, emmers

en het bad vol te laten lopen.

Eventueel 's avonds heet water er bij.

Wij nemen dan samen een heerlijk warm bad en laten beslist na afloop het water niet weglopen.

Je kunt er altijd nog het toilet mee doorspoelen.

 

Gisteren is Pim met z'n gezin bij ons ingetrokken.

Dat wil zeggen hij is gaan wonen in het bediendenhuis.

Mutinta, z'n vrouw, is zeer verlegen. Ze durft ons nauwelijks aan te kijken en giechelt maar wat als we het woord tot haar richten.

Telkens als ik haar tegenkom zegt ze "I'm fine, how are you?".

Het is het standaard zinnetje van alle Zambianen en ik vermoed dat Mutinta haar Engels het hierbij laat afweten. 

Hun zoontje "Maybe", is twee jaar oud. Een klein, zwart mannetje met sprekende grote ogen.

Het kind heeft een opgezette buik door gebrek aan voedsel en als Pim hem onze fruitbomen laat zien,

huilt hij om de onrijpe vruchten te mogen eten. Ik heb Pim gevraagd hoe hij erbij kwam om z'n zoon Maybe te noemen.

Zijn antwoord is een typish voorbeeld van de leefomstandigheden van de meeste Zambianen.

Pim en Mutinta hadden eerst een dochtertje. Mutinta had helaas geen moedermelk voor haar baby en Pim had geen baan.

Ze konden zich niet permitteren om melkpoeder te kopen en Pim heeft in wanhoop melk gekocht van een boer.

Die melk kwam rechtstreeks van de koe en hun kindje is daaraan gestorven.

Bij de geboorte van hun zoon waren ze nog steeds in dezelfde miserabele omstandigheden dus hebben ze hem Maybe genoemd.

Maybe, of wel Misschien, misschien blijft hij leven of misschien gaat hij dood.

 

Dick heeft Pim geholpen bij zijn verhuizing. 

Hun huisraad bestaat uit een grote pan, wat metalen bordjes, een aftandse bank waar de spiralen door het stof de kop op steken,

een gammel, oud tafeltje en een eenpersoonsbed bestaande uitsluitend uit het geraamte.

Ze hebben geen matras, kussens of dekens. De handdoek die ik Pim verleden week heb gegeven, is hun enig fatsoenlijk bezit. 

Wat zijn wij toch veel rijker dan de meeste mensen hier. Ik schaam me tegenover Pim  voor al onze spullen.

Twee auto's, twee koelkasten, een diepvrieskast en ga zo maar door.

Als we volgeladen van het winkelen thuiskomen, sjouwt hij alles naar binnen.

Al dat eten moet in zijn ogen op een orgie lijken.

 

Over de hoogte van het salaris van een bediende, is nogal verschil van mening bij de blanke gemeenschap.

Een ieder is het ermee eens dat de mensen zwaar onderbetaald worden. Het geld dat ze verdienen,

is net toereikend om de basislevensmiddelen te kopen.

Men argumenteert echter, dat het niet verantwoord is om meer te betalen daar de bediende zal wennen aan een hoger salaris

en dan des te meer z'n armoede zal voelen als hij z'n baan verliest door het vertrek van z'n baas.

De markt is overspoeld met werkzoekende mensen. 

De kans dat hij of zij weer een baan zal kunnen vinden bij een buitenlands gezin, is gering. 

Het loon  bij een zwarte Zambiaan is over het algemeen minimaal.

Er is dus veel competitie tussen het bedienend personeel om te mogen werken voor een blanke.

Natuurlijk dient deze redenering om het geweten te sussen.

Het is echter een feit dat men niet zo veel mensen in dienst zou kunnen nemen als de salarissen vergelijkbaar

zouden zijn met wat er in Nederland verdiend wordt, met als consequentie dat nog meer mensen werkeloos zouden zijn.  

Pimbili krijgt van ons een  salaris dat hoger is dan dat van een lokale leraar, plus gratis inwoning inclusief water

en elektriciteit, plus een grote zak mealiemeal .  Toch zal hij moeten meten en passen om rond te komen en kan ook hij zich alleen maar de basislevensmiddelen permitteren.

 

Van de week hadden we vals alarm. 

Wij hebben een elektronisch inbraak alarm en een directe drukknop-radioverbinding met Rapid Response, een beveiligingsdienst . 

Ik was rustig in de tuin bezig met wat achterstallig snoeiwerk toen er opeens een wagen met gillende sirene voor onze poort tot stilstand kwam.

Zes potige kerels met helmen en kogelvrije kleding sprongen eruit. 

Deze jongens deinzen er niet voor terug om een inbreker echt letterlijk dood te slaan. 

De Hollandse ME'ers zijn daar doetjes bij vergeleken.

Ze vertonen gelijkenis met eikenhouten linnenkasten.

Ze wilden weten wat er loos was, terwijl dat nu juist de vraag was die ik hen wilde stellen.

Ik was me van geen gevaar bewust.

De leider echter wist te vertellen dat ze een alarmsignaal hadden opgevangen dus moest er wel degelijk onraad zijn.

Pimbili, die binnen aan het poetsen was, er bij gehaald, maar die begreep er ook niets van. 

Het raadsel werd opgelost toen mij werd gevraagd wat ik zoal had gesnoeid. Tussen de klimop kwam een stukje snoer te voorschijn.

Ik had de alarmdraad doorgeknipt. Een nogal gênante situatie voor mij die grote hilariteit onder de mannen te weeg bracht.

Waarschijnlijk zagen ze mijn vergissing als een domme daad van een dito vrouw.

Zambiaanse mannen hebben over het algemeen geen hoge dunk van vrouwen en ik vermoed dat ze hierbij

geen onderscheid  maken of de vrouw nu zwart of blank is. 

Met een vuurrood hoofd heb ik de heren vriendelijk bedankt, mijn excuses aangeboden voor hun verspilde moeite en tijd en met een opgelucht hart heb ik de poort grondig achter hen gesloten.    


terug naar begin pagina

naar volgende pagina

naar schilderijen